Kyk, van Bitcoin verstaan hierdie ou man geen snars. Ek raak nie daaraan met ‘n lang tang nie.
Maar snaaks tog hoe ‘n mens onbewustelik in jou kop sekere assosiasies kan vorm. So koppel ek elke aand se brokkie op die TV-nuus oor die Bitcoin se op en af om die een of ander rede aan ‘n storie uit 1434 in die stad van my vadere, Deventer in die Overijssel.
In Deventer is ‘n sogenaamde “valsemunter” daardie jaar oor ‘n “valuta-oortreding”, as ek dit so mag noem, lewend in ‘n reuseketel gekook. Hy is as’t ware gekook oor sy kokery!
Op die stadsplein het teen ‘n muur so ‘n onheilspellende ketel gehang. Het hom met eie oë daar gesien op ‘n besoek in die 80’s en is nou weer daaraan herinner deur die vermaarde Perskorjoernalis Gerhard Burger van Port Elizabeth wat iets daaroor raakgelees het.
Vir outentiekheid behou ek die rillerstuk in zijn oorspronkelijke Nederlandsch:
Muntmeesters hadden in deze periode een grote verantwoordelijkheid. Ze waren belast met de productie en het waarborgen van de kwaliteit van munten en vervulden daarmee een sleutelrol in het handelssysteem. Niet iedereen ging echter goed met die verantwoordelijkheid om. Zo werd de muntmeester van Batenburg, een klein stadje op de grens van Gelderland en Brabant, in Deventer betrapt met valse munten.
De stad Deventer nam dit begrijpelijkerwijs zeer hoog op. Valsmunterij ondermijnde niet alleen het handelsverkeer, maar ook de reputatie van Deventer als betrouwbare Hansestad (handelstad). Een dergelijke misdaad moest dus hard worden bestraft. Op een stadsrekening uit 1434 is te lezen dat het stadsbestuur een lokale koperslager opdracht gaf tot de vervaardiging van een nieuwe koperen ketel voor de terechtstelling van de valsemunter. Bepaald werd dat de oneerlijke muntmeester in de ketel moest worden ‘gezoden’, ofwel in olie gekookt…
Hoe dat precies verliep is niet helemaal duidelijk, maar vast staat wel dat de muntmeester deze terechtstelling niet kon navertellen. De veroordeelde kreeg hierna bovendien geen normaal graf, maar werd simpelweg in een ton onder de grond gestopt.
Lange tijd hing de beruchte valsemuntersketel hierna aan de gevel van de Waag, om voorbijgangers te herinneren aan de zware straf die op muntvervalsing stond. Het is onbekend hoe vaak de ketel daadwerkelijk is gebruikt. Wel bekend is dat overtreders na 1598 niet langer in olie werden gekookt, maar voortaan werden opgehangen.
Franse soldaten schoten volgens overlevering tijdens de bezetting in de periode 1795-1814 kogels op de ketel af, waardoor deze het uiterlijk kreeg van een vergiet en definitief onbruikbaar werd. De ketel bleef hierna nog lange tijd aan de muur van de Waag hangen, maar had na verloop van tijd zoveel te lijden onder de weersomstandigheden dat in 2015 werd besloten hem te verplaatsen naar stadsmuseum De Waag. Sinds 2024 hangt er echter toch weer een ketel aan de buitenmuur van de Waag. Het gaat om een replica, gemaakt door het Koperslagersgilde uit Den Bosch.
Hierdie storie is aan niemand spesifiek se adres gerig nie. Die moraal behoort egter duidelik te wees: Deventenaaars laat nie met hulle mors. Trap dus in julle spore!
Deel dit: